Nieuws & Agenda‎ > ‎

2012: Opkomst van de lokale energiecoöperaties

Geplaatst 8 jan. 2013 02:02 door Adri Ros   [ 8 jan. 2013 02:03 bijgewerkt ]
De eerste energie-coöperaties in Nederland stammen al uit 1986, maar 2012 is het jaar van de doorbraak van de lokale energiecoöperaties. Hieraan vooraf ging sinds 2009 een golf van lokale zonnepaneelgroepen, waar Zonnehoven een van de koplopers van is. Zonnehoven werd met groot succes in 2011 afgerond en het stokje is inmiddels overgenomen door de november 2012 officieel opgerichte lokale energie coöperatie Deventer Energie.

Anne Marieke Schwencke, van het milieuonderzoeksbureau  CE Delft, geeft in haar rapport: ‘Energieke BottomUp in Lage Landen‘ een uitstekend inzicht van deze energie-transitie. Het valt haar ook op dat de initiatieven een coherente visie op de samenleving en toekomst lijken te delen. Zo toont men zich kritisch over de uit de hand lopende schaalvergroting in de energiewereld, maakt men zich zorgen over de gevolgen van de exploitatie van fossiele brandstoffen op milieu en klimaat. En wordt gewezen op het onvermijdelijk naderbij komende einde aan deze goedkope energie. Daarom zoekt men naar duurzame alternatieven met meer lokale autonomie en zelfvoorziening. En er is sprake van een duidelijke herwaardering voor coöperatieve samenwerkingsvormen.

Iedereen die met de energietransitie bezig is, ermee aan de slag wil of er meer van wil weten, vindt hier een uitermate volledig beeld van de beweging van de energietransitie anno september 2012. Een korte samenvatting van enkele hoogtepunten uit haar essay.

Orde in de chaos

Als we alleen kijken naar de ‘echte burgerinitiatieven’ – dus niet van ondernemers of overheid – dan zien we de volgende hoofdtypen initiatieven:

  1. Windcoöperaties
  2. Zonnecollectieven: zonne(project)coöperaties, wijkinitiatieven, collectieve inkoopacties
  3. Nieuwe Nuts of lokale duurzame energiebedrijven

Om deze initiatieven heen ontwikkelt zich een schil aan aanjagers, belangenbehartigers, koepelorganisaties, dienstverleners en kennisplatforms. Soms zijn dit zelf ook burgerinitiatieven, soms zijn dit initiatieven van overheden of maatschappelijke organisaties. Ook worden samenwerkingsverbanden aangegaan met gemeenten, bedrijven en de energiesector. Zuiver is deze indeling niet. Wind- en zonnecoöperaties zijn feitelijk ook lokale energiebedrijven. Deze kennen echter een eigen ontwikkelingsdynamiek, waardoor het zinnig is ze als aparte categorie te zien.

Windcoöperaties

Een eerste coöperatieve golf spoelde eind jaren tachtig, begin jaren negentig over Nederland heen. Deze richtte zich op windenergie. Burgers namen het voortouw en gingen windmolens bouwen en exploiteren in coöperatief verband. Inmiddels is deze sector uitgegroeid tot een professionele en gevestigde sector. Op dit moment zijn er 15 middelgrote coöperaties actief en een aantal kleinere in dorpen of wijken, voornamelijk in de kustprovincies. De grootste – De Windvogel, Deltawind en Zeeuwind – hebben resp. 2200, 1300 en 1400 leden.

De windcoöperaties zijn primair gericht op de productie van windstroom. De opgewekte stroom wordt verkocht aan een elektriciteitsbedrijf (en in langjarige contracten vastgelegd), die de stroom vervolgens leveren aan klanten. Het financieringsmodel is gebaseerd op leningen van de leden, aangevuld met leningen van banken, of investeringmaatschappijen. De coöperatie keert jaarlijks rente uit en lost de leningen in 10-15 jaar af. De ledenvergadering beslist over de hoogte van de rente. De windcoöperaties bieden gemiddeld tussen de 5-6% rent.

De windcoöperaties zijn mede onder invloed van het enthousiasme van de tweede coöperatieve golf, aan het veranderen. Windcoöperaties gaan zich steeds meer als lokale energiebedrijf en dienstverlener profileren. Zeeuwind en Windvogel organiseren collectieve inkoopacties voor zonnepanelen, de Windvogel steunt groepen in Amsterdam en Nijmegen met nieuwe windprojecten (Amstelvogel, Power to Nijmegen) en is landelijk een voortrekker voor de politieke lobby rond zelflevering.

Deltawind werkt nauw samen met De Windcentrale, een zeer 21e eeuwse loot aan de boom. Eind 2012 kochten ruim 5.500 mensen middels een massale crowdfunding-actie, samen 2 windmolens om hun eigen energie te produceren!

Collectieve zonnekoorts: Zonnehoven

Eén type energie-initiatieven is primair gericht op de zon. Collectieve inkoop acties en dalende prijzen  brengen zonnepanelen binnen handbereik. In specialisten jargon: grid parity is bereikt. “Er waart een genadeloze zonnekoorts door het land”, constateert Peter Segaar van PolderPV die de ontwikkelingen in de zonnesector als jaren op de voet volgt. “De Nederlandse bevolking is niet meer (tegen) te houden . Die zonnepaneeltjes gaan er komen, als het niet linksom gaat komen ze d’r rechtsom”.

Beter zonnepanelen op je dak, dan al dat geld op je bank – qua rendement levert het meer op en de zekerheid dat er geleverd wordt is groter. Steeds meer burgers plaatsen zelf zonnepanelen. Dalende prijzen brengen zonnepanelen binnen handbereik. Op een aantal plekken in Nederland zijn buurten, wijken en andere collectieven krachten gaan bundelen. Zonnehoven in Deventer is als één van de eerste wijkinitiatieven gestart in 2009. “De start van een echte grassroots beweging” vindt Segaar. Er liggen inmiddels 800 panelen op daken van huizen en scholen.

Meer wijken zijn gevolgd, zoals het Soesterkwartier in Amersfoort. In dit type wijkprojecten speelt de versterkte samenhang van de buurt en gezelligheid een belangrijke rol. Vaak gaan deze groepen ook op andere terreinen samenwerken, bijvoorbeeld moestuinen, auto delen en Repair Café.

Behalve burgers organiseren ook grote organisaties collectieve inkoopacties. Het vliegwiel was de WijWillenZon-actie van Urgenda en de Betere Wereld. Zij koppelden bereidwillige kopers aan 50.000 vooraf ingekochte Chinese panelen. Dit heeft een kettingreactie aan landelijke collectieve inkoopacties in gang gezet door landelijke organisaties zoals Natuur en Milieu (ZonZoektDak), Vereniging Eigen Huis (123Zonnenergie) en Greenchoice.

Lokale duurzame energie coöperaties

Nieuwe Nuts is de verzamelnaam die Schwencke gebruikt voor de verzameling van (formeel geregistreerde) lokale duurzame energie bedrijven of lokale energiecoöperatie die zich richten op een of meer van de volgende activiteiten

  1. Collectieve inkoop van groene energie
  2. Lokaal opwekken van groene stroom of gas
  3. Levering aan lokale gemeenschap
  4. Financiering van en/of participatie in de duurzame energieprojecten
  5. Energiebesparing bevorderen in de gemeenschap

Alle energie coöperaties willen zelfstandig lokaal stroom en gas produceren. In veel gevallen is het nog niet zover en “Totdat we zelf stroom opwekken, kopen we als collectief groene stroom en gas in”. Onder het motto – samen staan we sterk – bedingen deze coöperaties gunstige prijzen voor hun klanten (en leden). Greenchoice is hofleverancier, met Trianel als goede tweede.

Op langere termijn is het zelfstandig opwekken van stroom en gas het ideaal: 100% duurzaam en 100% lokaal. Zonne-energie projecten zijn het eenvoudigste te realiseren en veel nieuwe energiecoöperaties zetten hun kaarten dan ook eerst in op zon. Er is ook veel animo voor windmolenprojecten, maar deze krijgen vrij vaak tegenwind van bange burgers uit de buurt van de toekomstige molens. Groen gas komt naar voren in daarvoor geschikte, meestal agrarische gebieden.

Invloed van Transition Towns

Invloed van de Transition Town beweging is zichtbaar bij Grunneger Power, Zutphense Energie Transitie, Energierijk Voorst, Zonnehoven Deventer, Stichting zonne-energie Wageningen en energiebedrijf Wageningen, Stichting Duurzame Wijken Almere, Duurzaam Dorp Diemen, Energie Utrecht, Deventer Energie en Amsterdam Energie. Het gedachtegoed en de aanpak van Transition Towns sluiten nauw aan bij de geschetste visies: zelfvoorziening, vergroten van sociale en ecologische veerkracht van de eigen gemeenschap en het versterken van de lokale economie.

Hoewel veel energieke burgers zich zullen vinden in het gedachtegoed, zijn er tegelijkertijd ook terughoudende geluiden op te tekenen over Transition Towns groepen. “Teveel een subcultuur. Te veel in de links radicale hoek”, vindt een actief lid van een lokaal energiebedrijf. “Geitewollensokken-idealisten” noemde een radioverslaggever ze.

Herman Wijffels, hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering, is het daar niet mee eens. Hij aarzelt niet om ze de ‘nieuwe realisten’ te noemen. “De Transition Town beweging is wat mij betreft de cruciale beweging van dit moment”, vindt hij. Ook oud-politicus, Jan Terlouw, steunt hun praktijkgerichte filosofie: “Transition Towns pakken het aan vanaf de goede plek: van onderen”.

 

 

Onze hartelijke dank gaat uit naar Anne Marieke Schwencke,
met haar uitstekende essay ‘Energieke BottomUp in Lage Landen

Comments